Bonenkruid
In het Oostelijke Middellandse-Zeegebied en rondom de Zwarte Zee is bonenkruid een inheemse plant. De plant lijkt op tijm, maar is verwant aan basilicum. Het kruid werd al door de Romeinen gebruikt. In de negende eeuw brachten monniken het naar Midden-Europa en plantten het kruid in hun kloostertuinen. De Romeinen gaven het een naam (satureja) die naar de saters verwijst. Misschien omdat bonenkruid als een viagra avant la lettre werd beschouwd. In het Provençaals heet het ezelspeper. Bonenkruid is zeer geschikt om te laten meekoken met peulvruchten. Het verhoogt hun verteerbaarheid en werkt gasvorming tegen. Niet alleen peulvruchten, maar ook ander voedsel kan beter worden verteerd met wat bonenkruid erbij. Indien meegekookt met kool en spruitjes zal de zgn. koollucht achteraf korter blijven hangen. Gebruik niet teveel, want dan krijg je een bittere smaak.
