Zuring
Zuring is inheems in grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika. Het mag eenieder verbazen dat het gebruik ervan niet wijder verspreid is: de smaak is uniek onder de groene bladgroenten, op gezondheidsvlak is zuring een rijkdom aan vitaminen en mineralen en de teelt ervan is bijzonder economisch. Vroeg op het jaar kunnen de eerste blaadjes immers al geplukt worden voor een slaatje, op een moment dat er nog nergens ander groen voorhanden is. En de plantjes blijven bloeien tot laat na de zomer. Culinair behoort zuring tot de ‘onkruidgroenten’, aangezien ze in het wild groeit. De bekendste wilde variant is veldzuring: lichtgroen tot rood blad, roze stengels en rossige pluimen met rode vruchtjes. Zuring is uitstekend om rauw, als vervanging voor of met spinazie, in sauzen, soepen, roomkaas en eiergerechten te verwerken en is op zijn best als het vers geplukt of gekweekt is.
