Donderdag Veggiedag, EVA

Beleidsaanbevelingen voor vleesmatiging

Naar aanleiding van de lezing door IPCC voorzitter Rachendra Pachauri over de invloed van vleesvermindering op het klimaat, stelde EVA een bundel beleidsaanbevelingen op voor de overheid. Deze werden ondertekend door de volgende organisaties:

Aardewerk - Arbeid & Milieu vzw - Bond Beter Leefmilieu - Brusselse Raad voor het Leefmilieu - Ecolife vzw - EVA vzw - Friends of the Earth Vlaanderen en Brussel - Greenpeace België - Jeugdbond voor Natuur en Milieu - Netwerk Bewust Verbruiken - Oikos - Forum voor sociaal-ecologische verandering - Oxfam-Wereldwinkels vzw - Terra Reversa - Velt vzw - Voedselteams vzw - Vredeseilanden - Vzw 't Uilekot - Wervel - WWF België

Volgens de VN-landbouworganisatie FAO is de veeteelt wereldwijd verantwoordelijk voor maar liefst achttien procent van de totale broeikasgasuitstoot, een groter aandeel dan de transportsector . De veeteelt is bovendien, nog volgens de FAO, "een van de drie belangrijkste schuldigen voor élk belangrijk milieuprobleem, dus ook voor luchtvervuiling, landdegradatie, verlies van biodiversiteit of waterschaarste" . Een eetpatroon dat te sterk gericht is op vlees, is dan ook erg onduurzaam .
Toch blijven we in België onverantwoord veel vlees eten. Uit peilingen van de overheid blijkt dat de consumptie van dierlijke eiwitten anderhalve keer hoger ligt dan de maximale aanbevelingen . Die overconsumptie leidt niet alleen tot ecologische problemen, maar is ook nadelig voor de volksgezondheid: een te hoge consumptie van vlees vergroot het risico op hart- en vaatziekten, overgewicht, diabetes en sommige kankers. Bovendien legt veeteelt een enorm beslag op landbouwgrond (productie van veevoeder), waardoor ze (onder meer volgens VN-rapporteur voor het recht op voedsel Olivier De Schutter ) een centrale factor is in de huidige voedselcrisis. 
Dat is een onhoudbare situatie. Het Federaal Planbureau  gaf onlangs dan ook nog het niet mis te verstane advies dat "om de doelstellingen van duurzame ontwikkelingen te bereiken, de consumptie van vlees en dierlijke producten gevoelig zal moeten dalen". Ook Rachendra Pachauri, de voorzitter van het VN-klimaatpanel en in 2007 samen met Al Gore nog Nobelprijswinnaar voor de Vrede, deelt deze zorg: "Please, eat less meat!" is zijn dringende boodschap aan de mondiale consumptieklasse.
Klare taal, maar jammer genoeg is de reactie vanuit de politiek voorlopig ondermaats. De overheid deed tot nog toe bijzonder weinig inspanningen om mensen te stimuleren tot een vleesarmer, gezonder en meer verantwoord eetpatroon. Zo lijkt de Vlaamse overheid niet van plan om van vleesmatiging een gezondheidsdoelstelling te maken - terwijl uit haar eigen cijfers blijkt dat de vleesconsumptie in Vlaanderen veel te hoog is . Ook de federale overheid slaagt er voorlopig nog niet in om een gepast antwoord te geven op de aanbevelingen van het Planbureau, die duidelijk stelden dat de vleesconsumptie dringend naar beneden moet. De lage prioriteit die aan vleesmatiging gegeven wordt vinden wij, gezien de uitdagingen waar we voor staan, onaanvaardbaar.
Wat er op ons bord ligt mag dan wel een individuele keuze zijn, het is wél een keuze met verregaande gevolgen voor ons leefmilieu, voor onze gezondheid en voor de rest van de wereld. Het is de taak van de overheid om mensen daarvan bewust te maken. Wij vragen de overheid dan ook met aandrang om dringend werk te maken van een duidelijk beleid rond vleesmatiging, waarbij ons eetpatroon minder gericht wordt op vlees en er meer ruimte komt voor plantaardige alternatieven. De Nederlandse regering kan onze beleidsmakers misschien inspireren: vleesmatiging is voortaan een van de zes pijlers van haar duurzaamheidbeleid .
Het is evident dat daarbij de koppeling gemaakt moet worden met andere duurzaamheidaspecten van voeding. De ecologische voetafdruk van wat er op ons bord ligt, moet immers zo laag mogelijk worden gehouden. Dat betekent niet alleen een verschuiving binnen ons voedselpatroon - minder dierlijke producten, meer plantaardige - maar ook aandacht voor de manier waarop dat voedsel wordt geproduceerd. Hierbij zijn elementen zoals eerlijke handel en steun aan de biologische landbouw erg belangrijk. Terwijl de intensieve veeteelt buiten dit plaatje valt, kan hierin wel ruimte zijn voor een vorm van kleinschalige, familiale en geïntegreerde veeteelt.
Concreet stellen wij de volgende vijf groepen van maatregelen voor:

1.    Geef zelf het goede voorbeeld.
1.1.    Zorg ervoor dat in overheidsrestaurants een voldoende groot en kwalitatief aanbod aan vegetarische maaltijden gegarandeerd wordt.
1.2.    Stimuleer actief de consumptie van vegetarische maaltijden in de overheidsrestaurants.

2.    Maak consumenten bewust van de impact van hun voedingspatroon.
2.1.    Maak werk van sensibiliseringscampagnes gericht op vleesmatiging.
2.2.    Besteed in de onderwijsprogramma's meer aandacht aan de thema's ‘duurzame voeding' en ‘vleesmatiging'.
2.3.    Help (hoge-)scholen om het aanbod in hun kantines te verduurzamen.
2.4.    Laat de openbare omroep de kaart trekken van duurzame voedingspatronen.

3.    Maak milieuvriendelijke alternatieven voordeliger.
3.1.    Ons land moet zich engageren om de Europese steun aan de intensieve veeteelt versneld af te bouwen.
3.2.    Bestudeer op welke manier groene alternatieven voor vlees ook financieel kunnen worden aangemoedigd.

4.    Stimuleer de horeca om het vegetarische aanbod te vergroten.
4.1.    Overleg met de voedingssector op welke manier het aanbod aan vegetarische schotels in de horeca kan worden verbeterd.

5.    Stem de verschillende beleidsdomeinen beter op elkaar af.
5.1.    Maak werk van een beleid gericht op vleesmatiging, over alle betrokken beleidsdomeinen heen.

Hieronder worden deze maatregelen uitgebreid toegelicht.

Ter informatie: een model voor het bereiken van een gedragsverandering.

Een succesvol beleid vertrekt vanuit een goede kennis van het probleem, van de verbondenheid tussen de verschillende aspecten ervan én van de complexiteit van het menselijke gedrag. Mensen zover brengen dat ze hun gedrag in duurzame zin veranderen, is immers niet zo vanzelfsprekend. Verschillende barrières zullen hierbij overwonnen moeten worden: hardnekkige vooroordelen, gewoontes, een prijssysteem dat duurzame keuzes benadeelt, een overheid die zelf niet altijd het goede voorbeeld geeft... Een leidraad om deze barrières te omzeilen is terug te vinden in het Britse 4E-model dat tegenwoordig in wetenschappelijke kringen snel opgang maakt. Het 4E-model is een integraal model dat een serie van instrumenten inzet: maak verandering mogelijk (enact), moedig ze aan (encourage), geef het goede voorbeeld (exemplify) en betrek alle actoren (engage).

De hierna beschreven maatregelen werden vanuit dat model ontwikkeld. Zo kaderen maatregel een en vijf vooral binnen de focus ‘exemplify', maatregel twee binnen ‘enact', maatregel drie binnen ‘encourage' en maatregel vier binnen ‘enable'.

Maatregel 1: geef zelf het goede voorbeeld

De verschillende overheden in dit land stellen meer dan honderdduizend ambtenaren te werk. Velen onder hen eten elke dag in een restaurant van de overheid. Wat er op al die mensen hun bord ligt, heeft dan ook een enorme milieu-impact.

Bovendien vervult de overheid een voorbeeldfunctie ten aanzien van haar burgers. Voor veel mensen is vegetarisch eten nog te onbekend - en dat maakt onbemind. Door zelf het goede voorbeeld te geven, kan de overheid duidelijk maken dat vleesmatiging voor iedereen een haalbare optie is. Ze vergroot daarmee het draagvlak voor gezonde en verantwoorde eetgewoonten. Het Federaal Planbureau  verwoordde het in haar beleidsaanbevelingen als volgt: "het voedselaanbod binnen de overheidsdiensten moet worden verbeterd door een breed gamma vegetarische schotels aan te bieden en door de consumptie van groenten en fruit te bevorderen".

In Nederland gaf minister voor Ontwikkelingssamenwerking Bert Koenders persoonlijk het goede voorbeeld door er zich toe te engageren zijn vleesconsumptie sterk te beperken . Niet meer dan logisch, zo vond hij: voor het produceren van een vleesmaaltijd is veel meer grond nodig dan voor een vegetarische, en zo'n verspilling valt in een tijd van hoge voedselprijzen niet meer te rechtvaardigen. Een moedige beslissing - welke Belgische politicus durft?

Wij vragen:

1.1 dat in overheidsrestaurants een voldoende groot en kwalitatief aanbod aan vegetarische maaltijden gegarandeerd wordt
In alle restaurants van de overheid en van door de overheid gesubsidieerde inrichtingen moeten mensen kunnen kiezen voor één of meerdere volwaardige vegetarische schotels. De overheidsmenu's zouden bij voorkeur moeten worden samengesteld uit biologisch geteelde, fair trade en/of lokale producten.

1.2 dat de overheid de consumptie van vegetarische maaltijden in haar restaurants actief stimuleert
De overheid moet haar werknemers er actief toe aanzetten om geregeld gebruik te maken van het vegetarische aanbod. Zo zou ze in haar restaurants één vaste dag in de week tot ‘Veggiedag' kunnen uitroepen en op die dag het vegetarische aanbod extra in de verf zetten.

Maatregel 2: maak consumenten bewust van de impact van hun voedingspatroon

Heel wat mensen zijn niet op de hoogte van de ecologische impact van hun voedingspatroon, noch van de gezondheidsrisico's die met een te hoge vleesconsumptie samenhangen. Anderen zijn wel op de hoogte, maar zijn nog niet voldoende vertrouwd met de vegetarische keuken en hebben dan ook nog wat koudwatervrees. Of men gelooft dat overschakelen op een meer verantwoord voedingspatroon te moeilijk is, heel veel tijd kost, onbetaalbaar is of zelfs dat het ongezond zou zijn.

Het is de taak van de overheid om het kader te creëren waarin mensen "verleid" worden tot duurzame gedragskeuzes, niet alleen door hen bewust te maken van de voordelen van een verminderde vleesconsumptie, maar ook door hen kennis te laten maken met verantwoorde én lekkere alternatieven voor vlees. Initiatieven zoals de "Week van de Smaak" kunnen daar een uitstekende gelegenheid toe zijn. Mensen die daadwerkelijk willen overschakelen op een duurzamer eetpatroon, moeten daarbij voldoende ondersteuning krijgen (kooklessen, cursussen, ...).

Het onderwijs verdient daarbij bijzondere aandacht. Onze attitudes worden immers voor een groot deel bepaald door wat wij als kind leren. Het beeld over voeding dat kinderen op school aangeleerd krijgen is echter niet altijd even toereikend. Zo ontbreekt vaak duiding over het feit dat wat je eet niet alleen belangrijk is voor je eigen lichaam, maar ook gevolgen heeft voor de planeet. Bovendien wordt vlees nog te vaak omschreven als een noodzakelijk element in het voedingspatroon, terwijl het ondertussen buiten discussie staat dat je met minder, weinig en zelfs zonder vlees óók gezond (of zelfs gezonder) kan leven.

Ook de media hebben hierbij een belangrijke rol te spelen, aangezien zij ons wereldbeeld vaak in belangrijke mate beïnvloeden. De overheid zou, zeker via de publieke omroep, deze invloed moeten gebruiken om een verduurzaming van het voedselpatroon ingang te doen vinden in huiskamer en keuken. Vandaag doet ze jammer genoeg vaak net het tegenovergestelde. Zo is het, in het licht van de ecologische én gezondheidsproblemen die door de te hoge vleesconsumptie in ons land worden veroorzaakt, onverantwoord dat de publieke omroep een promotiefilmpje voor vlees presenteert als een "boodschap van algemeen nut" . Het mag duidelijk zijn dat het verder bevorderen van de vleesconsumptie weinig "algemeen nut" heeft, integendeel. Door het promoten van een boodschap die verder volkomen in tegenspraak is met haar eigen milieubeleid, brengt de overheid de burger bovendien in verwarring, wat een duurzame gedragswijziging ernstig bemoeilijkt.

Wij vragen:

2.1 dat de overheid werk maakt van sensibiliseringscampagnes gericht op vleesmatiging
De overheid dient mensen bewust te maken van de voordelen van verminderde vleesconsumptie. Ecologische argumenten kunnen daarbij hand in hand gaan met gezondheidsvoordelen.

2.2 dat de overheid in onderwijsprogramma's meer aandacht besteedt aan de thema's ‘duurzame voeding' en ‘vleesmatiging'
Onderwijsprogramma's zijn vaak onvoldoende duidelijk over de impact van voedingspatronen op het leefmilieu. Ook de mogelijkheden en de voordelen van een vleesarm of vleesloos voedingspatroon komen te weinig aan bod. ‘Duurzame voeding' zou bijvoorbeeld meer aandacht kunnen krijgen binnen de vakoverschrijdende eindtermen voor het thema ‘milieueducatie'.

2.3 dat de overheid (hoge-)scholen helpt om het aanbod in hun kantines te verduurzamen
Scholen en hogescholen kunnen jongeren ook gevoeliger maken voor het thema van duurzame voeding door in hun kantines lekkere vegetarische maaltijden te voorzien. De overheid kan hen daarbij helpen door de deskundigheid van opvoeders en keukenpersoneel ten aanzien van vegetarische voeding te bevorderen.

2.4 dat de openbare omroep de kaart trekt van duurzame voedingspatronen
In plaats van de nu al onverantwoord hoge vleesconsumptie verder te stimuleren, zou via de openbare omroep veeleer de consumptie van plantaardige alternatieven moeten worden gepromoot. Een apart budget moet worden voorzien voor de promotie van alternatieven voor vlees. Die promotie gebeurt bij voorkeur ook op een niet-belerende manier, bijvoorbeeld door soappersonages ook eens lekker vegetarisch te laten koken. Ook  zou reclame voor vlees in elk geval niet onder de noemer "boodschap van algemeen nut" mogen vallen.

Maatregel 3: maak milieuvriendelijke alternatieven voordeliger

Vleesproductie kost de belastingbetaler handenvol geld. De industriële veeteelt kan immers nog steeds rekenen op aanzienlijke financiële steun van de overheid. In 2007 gaf de Europese Unie bijvoorbeeld maar liefst 3.5 miljard euro uit aan directe inkomenssteun en interventiemaatregelen ten voordele van deze sector . Ondanks de hervormingen in het Europese landbouwbeleid draagt de belastingbetaler dus nog steeds grote sommen af aan deze erg milieuvervuilende praktijk, geld dat volgens ons beter kan worden geïnvesteerd in duurzame landbouw.

Vleesvervangers zijn bovendien vaak een stuk duurder dan conventioneel vlees. Dat komt omdat de prijs van een doorsnee stuk vlees de werkelijke kost ervan helemaal niet weerspiegelt. Zo wordt in de vleesprijs geen rekening gehouden met de kosten van de (voor een belangrijk deel door de veeteelt veroorzaakte) klimaatverandering, met de kosten van de zuivering van (door mest verontreinigd) grondwater of met de kosten voor de gezondheidszorg voor mensen met hart- en vaatziekten (die door een te hoge vleesconsumptie in de hand worden gewerkt). Deze "externe" kosten worden niet aan de consument doorgerekend, maar worden afgewenteld op de maatschappij.

Dat vlees ondanks die hoge externe kosten een stuk goedkoper blijft dan groene alternatieven, werkt erg contraproductief. Het prijsverschil weerhoudt veel mensen er immers van om over te schakelen op een meer verantwoord eetpatroon. De overheid zou maatregelen moeten treffen om dit marktfalen weg te werken. Zo zou ze een BTW-nultarief op vleesvervangers kunnen instellen of een fiscale vrijstelling voor investeringen in de ontwikkeling kunnen toekennen. Indien de overheid toch verder geld wil blijven investeren in de veeteelt, zouden enkel praktijken waarin rekening wordt gehouden met de gevolgen voor dier en milieu (bv. biologische, familiale, geïntegreerde en/of kleinschalige veeteelt) hiervan mogen genieten. Ook zij bekopen momenteel hun meer duurzame karakter t.o.v. de industriële veeteelt immers met een prijsnadeel.

Door de heersende Europese wetgeving en de handelsafspraken binnen de WTO is het voor een nationale overheid zeker niet evident om milieuvriendelijke alternatieven financieel te stimuleren. Toch blijkt uit initiatieven uit het buitenland dat nationale overheden nog steeds voldoende ruimte hebben om groene alternatieven goedkoper te maken ten opzichte van ‘fout' vlees . Aan de overheid om te bepalen welke maatregelen daar het meest geschikt voor zijn...

Wij vragen

3.1 dat de overheid zich engageert om de Europese steun aan de intensieve veeteelt versneld af te bouwen
In 2007 gaf de Europese Unie 3.5 miljard euro uit aan financiële steun voor de veeteelt. Wij vinden het onterecht dat zoveel geld wordt gespendeerd aan een onduurzame en ongezonde praktijk.

3.2 dat de overheid bestudeert op welke manier groene alternatieven voor vlees ook financieel kunnen worden aangemoedigd
Vlees blijft goedkoper dan duurzame alternatieven doordat de externe kosten ervan (schade aan het leefmilieu en de volksgezondheid) worden afgewenteld op de samenleving. De overheid moet onderzoeken hoe dit onrechtvaardige prijsnadeel kan worden teniet gedaan.

Maatregel 4: stimuleer de horeca om het vegetarische aanbod te vergroten

Veel mensen zijn nog steeds niet zo vertrouwd met de beschikbare alternatieven voor vlees, waardoor ze minder vlees eten als iets onbereikbaars ervaren. Door mensen voldoende de kans te geven om kennis te maken met deze gezonde en lekkere alternatieven, kan men ervoor zorgen dat het evidenter wordt om af en toe vegetarisch te eten.

De overheid kan hierop inspelen door koks, geranten, cateraars, enz. beter te informeren over vegetarische voeding. Ze zou met de sector een partnerschap kunnen aangaan om het aanbod aan vegetarische schotels op het menu te verhogen.

Wij vragen

4.1 dat de overheid in overleg met de voedingssector bekijkt op welke manier het aanbod aan vegetarische schotels in de horeca kan worden verbeterd
Door de beschikbaarheid van plantaardige alternatieven voor vlees te verhogen, kan de burger inzien dat een duurzamer eetpatroon lekker, gezond en voor iedereen haalbaar is.

Maatregel 5: stem de verschillende beleidsdomeinen beter op elkaar af

Een te hoge vleesconsumptie heeft nadelige gevolgen op vele domeinen: het is slecht voor de volksgezondheid en het dierenwelzijn, heeft een grote impact op het milieu en zorgt voor honger in het Zuiden. Een beleid rond vleesmatiging zal succesvoller zijn als alle voor deze verschillende domeinen bevoegde instanties met elkaar zouden samenwerken. Een goede afstemming tussen de verschillende ministers is dus een noodzaak, te meer aangezien de bevoegdheden vaak op verschillende niveaus worden waargenomen (regionaal, federaal, Europees).

Die afstemming tussen verschillende domeinen was niet toevallig een van de grote aandachtspunten uit het voorontwerp van het Federaal Plan inzake Duurzame Ontwikkeling 2009-2012 .  Wij hopen dat het niet slechts bij mooie woorden blijft.

Wij vragen:

5.1 dat de overheid werk maakt van een beleid gericht op vleesmatiging, over alle betrokken beleidsdomeinen heen
De argumenten voor vleesmatiging hebben betrekking op verschillende beleidsdomeinen. Door goed samen te werken kunnen zij de impact van het gevoerde beleid verhogen.


Kerncijfers over de gevolgen van grootschalige vleesconsumptie

-    De VN-landbouworganisatie FAO stelt dat de veeteelt wereldwijd verantwoordelijk is voor 18% van de totale broeikasgasuitstoot.

-    De FAO schat dat 1/3 van al het akkerland in de wereld gebruikt wordt voor de productie van veevoeder. Wanneer we ook het graasland meerekenen, wordt ¾ van alle landbouwgrond gebruikt voor de veeteelt.

-    De FAO schat dat veeteelt goed is voor één tiende van het waterverbruik.

-    Volgens Wervel is 80% van het veevoeder perfect geschikt voor menselijke consumptie. Elk jaar wordt 175 miljoen ton plantaardig eiwit gebruikt als veevoeder en visvoeder. Dit levert 70 miljoen ton dierlijk eiwit: een rendement van slechts 40%. Een groot deel van ons veevoeder wordt ingevoerd uit het Zuiden.

-    Volgens de Voedselconsumptiepeiling eet een Belg gemiddeld 160g eiwitrijke producten per dag (voornamelijk vlees). De bovengrens van de gezondheidsaanbevelingen voor deze voedingsgroep bedraagt 100g per dag.

-    Volgens het World Cancer Research Fund "moeten plantaardige producten, en niet dierlijke, het middelpunt vormen van ons voedingspatroon". Volgens deze autoriteit inzake kankerpreventie moet de consumptie van rood vlees beperkt worden tot minder dan 300g per week (ongeveer 40g per dag). Volgens het European Heart Network, een NGO-koepel die zich bezighoudt met de preventie tegen hart- en vaatziekten, wordt 1/3 van alle hartaandoeningen veroorzaakt door onaangepaste voeding en te weinig beweging. Zij beveelt dan ook aan om de inname van verzadigde vetten, die vooral in dierlijke producten voorkomen, zoveel mogelijk te beperken en om minstens 400g groenten en fruit per dag te eten.