
Pasta moet altijd worden gekookt, of je hem nu zelf maakt of in de winkel koopt. Verse pasta is sneller klaar dan de gedroogde versie en volkorenpasta moet meestal langer koken. Kijk dus steeds op de verpakking naar de aangegeven kooktijd.
Het geheim om pasta te koken is voldoende water gebruiken. Voorzie een halve liter water per 125 gram pasta. Breng het water aan de kook en voeg er een eetlepel olijfolie en een snufje zout aan toe. Dat helpt tegen kleven en overkoken. Lange pastasoorten laat je best langzaam uitwaaieren in het water naarmate ze zacht worden.
Om na te gaan of de pasta gaar is kan je een stukje pasta uit de kookpot nemen en even bijten. Deegwaren horen 'al dente' te zijn, oftewel: 'beetgaar'. Italianen durven een sliert pasta wel eens tegen de muur gooien: blijft hij plakken, dan is ie perfect.
Na het koken laat je de pasta uitlekken in een vergiet. Als het de bedoeling is de pasta te gebruiken in een slaatje mag je hem even laten schrikken onder koud stromend water en hem daarna laten uitlekken.
Lasagnevellen of cannelloni hoef je niet voor te koken als de bereidingstijd in de oven lang genoeg is en het gerecht met voldoende saus gemaakt wordt.
Andere tips![]()